Pawel Steller (1895 – 1974)

Pawel Steller was born in 1895 as the fifth of the seven children of Anthony Steller and Heleny z d. Gorgoszów, his father was a metallurgist at the Brewelier-Urban factory in nearby Ustron, he was the cousin of Karola, a teacher and social activist. In 1903, after moving the majority of the factory departments to the nearby Ustrori Trinec forge, the family moved to the village of Olszanik near Sambora in the eastern border area

At the primary school where Pawel Steller was, it was soon discovered that he had a great artistic talent, thanks to the grant from the Towarzystwa Szkoły Ludowej (Folk School Society), he graduated from the gymnasium in Samborze and then in 1913 the decorative painting department of the State Industrial School in Lwowie in the same year he started training at the University of the Arts and Crafts in Prague, of the 100 enrollments he was the only one of Polish descent.
Here he learned to transfer the faithful representation of the anatomy of the body to his drawings, but the outbreak of the First World War coincided with the first year of his studies, which prevented him from continuing it.
He spent the first months of the war in Olszanik, where, among other things, he started writing poems. In 1915 he had to serve in the Austrian army. He fought on the fronts in Serbia and Italy. In the years 1916-1917 he studied at the officer schools in Opava and in Serbian Koviljacy, where he learned the principles of topography and cartography, as well as a completely new direction at that time the aerial photogrammetry. From 1918 he served as a second lieutenant in the Polish army, first in Przemyśl and then in Stanisławów, Rawa Ruska and Lviv. At the end of 1919 he came to Cieszyn, where he became a member of the Polish Military Organization (POW), and later became a member of, among others, popular consultations in Cieszyn Silesia. At the end of January 1921 he was fired from the army.


Pawel Steller werd in 1895 geboren als de vijfde van de zeven kinderen van Anthony Steller en Heleny z d. Gorgoszów, zijn vader was een metallurg in de fabriek Brewelier-Urban in het nabijgelegen Ustron, hij was de neef van Karola, een leraar en sociaal activist. In 1903, na de verhuizing van het merendeel van de fabrieksafdelingen naar de nabijgelegen smederij Ustrori Trinec, verhuisde het gezin naar het dorp Olszanik dichtbij Sambora in het oostelijke grensgebied

Op de lagere school waar Pawel Steller zat werd al snel ontdekt dat een groot artistiek talent bezat, dankzij de beurs van de Towarzystwa Szkoły Ludowej (Folk School Society) studeerde hij af aan het gymnasium in Samborze en vervolgens in 1913 de afdeling decoratieve schilderkunst van de State Industrial School in Lwowie in hetzelfde jaar starte hij de opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten en Ambachten in Praag, van de 100 inschrijvingen was hij de enigste van Poolse afkomst.
Hier leerde hij de getrouwe weergave van de anatomie van het lichaam over te zetten naar zijn tekeningen, echter het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog viel samen met het eerste jaar van zijn studie waardoor hij deze niet kon voortzetten.
Hij bracht de eerste maanden van de oorlog door in Olszanik, waar onder andere hij begon gedichten te schrijven. In 1915 moest hij dienen in het Oostenrijkse leger. Hij vocht op de fronten in Servië en Italië. In de jaren 1916-1917 studeerde hij aan de officiersscholen in Opava en in het Servische Koviljacy, waar hij de principes van topografie en cartografie leerde, evenals een volledig nieuwe richting op dat moment de luchtfotogrammetrie. Vanaf 1918 diende hij als tweede luitenant in het Poolse leger, eerst in Przemyśl en vervolgens in Stanisławów, Rawa Ruska en Lviv. Eind 1919 kwam hij naar Cieszyn, waar hij lid werd van de Poolse Militaire Organisatie (POW), en later lid werd van onder andere in volksraadplegingen in Cieszyn Silesia. Eind januari 1921 werd hij ontslagen uit het leger.

In May 1921, Pawel Steller went to Warsaw, where he worked in the Cartography Department of the Military Geographic Institute (WIG), where he worked his way up as head of the graphics department. In October 1923 he decided to continue studying graphic arts at the faculty of the newly established National School of Fine Arts. Among his teachers were: Louis Gardowski, Stanislaw Noakowski, Oskar Sosnowski and Wladyslaw Skoczylas. Wladyslaw Skoczylas in particular has had a major influence on his development in Steller’s woodcut art. After completing his studies, he settled in Upper Silesia. He started working here from August, initially as a drawing teacher in Królewska Huta (now Chorzów), and from 1 December as a teacher of calligraphy and handiwork at the Polish faculty for men in Katowice.
In Warsaw he met Elżbieta Sosnowska, who was from Wołyń, whom he married on 29 September 1925 in Brwinów, near Warsaw. They lived in Ul. Mikołowska (formerly ul. Katowicka 2) on the so-called Katowicka Hałdzie where their only son Stefan was born in 1926 (died in May 2018).
In the same year he founded the “Ryt” group, together with other Polish graphic artists, who later contributed to the revival of artistic graphic design in pre-war Poland. In 1931 he became an art teacher at the newly opened Silesian technical-scientific factories. He soon moved with his family in 1934 to a comfortable apartment in ul. Andrzej 13. He worked a lot, processed sketches, mainly collected during summer trips through Poland.


In mei 1921 ging Pawel Steller naar Warschau, hij was daar werkzaam op de afdeling Cartografie van het Militaire Geografisch Instituut (WIG), waar hij zich opwerkte als hoofd van de grafische afdeling. In oktober 1923 besloot hij door te gaan met de onderbroken studie grafische kunsten aan de faculteit van de nieuw opgerichte Nationale School of Fine Arts. Onder zijn leraren waren: Louis Gardowski, Stanislaw Noakowski, Oskar Sosnowski en Wladyslaw Skoczylas. Vooral Wladyslaw Skoczylas is van grote invloed geweest in zijn ontwikkeling in de houtsnedekunst van Steller. Na de studie vestigde hij zich in Opper-Sileziëdie. Hier begon hij vanaf augustus te werken, aanvankelijk als tekenleraar in Królewska Huta (nu Chorzów), en vanaf 1 december als leraar kalligrafie en handwerk aan de Poolse faculteit voor mannen in Katowice.

In Warschau ontmoette hij Elżbieta Sosnowska, die afkomstig was uit Wołyń, met wie hij op 29 september 1925 trouwde in Brwinów, nabij Warschau. Ze woonden in Ul. Mikołowska (voorheen ul. Katowicka 2) op de zogenaamde Katowicka Hałdzie waar in 1926 hun enige zoon Stefan werd geboren (stierf in mei 2018).

Hetzelfde jaar richtte hij samen met andere Poolse grafische kunstenaars de “Ryt” -groep op, die later bijdroeg aan de heropleving van de artistieke grafische vormgeving in het vooroorlogse Polen, In 1931 werd hij tekenleraar bij de onlangs geopende Silezische technisch-wetenschappelijke fabrieken. Al snel verhuisde hij met zijn gezin in 1934 naar een comfortabel appartement in ul. Andrzej 13. Hij werkte veel, verwerkte schetsen, voornamelijk verzameld tijdens zomerreizen door Polen.

He made a large number of woodcuts, lithographs, drawings, watercolors, book illustrations, linocuts, and stained glass windows. He has published portfolios of woodcuts (“Teka Opole” and three portfolios of chalk drawings (“Teka Cieszyn”, “Teka Tarnowskie Mountains”, “Teka Bytomska”). He has organized numerous exhibitions at home and abroad and received rave reviews. French Press greeted him with “the Silesian Durer.” On March 20, 1929, Pawel Steller, along with Stanislaw Ligonia, founded the Silesian Artists Association where he took on the role of secretary. In 1931 he was also a member of the newly formed Association of Artistic and Literary “in Silesia. In 1934, commissioned by the Ministry of Religion and Public Education, P. Steller worked with Adam Bunsch at the art academy in Katowice, he did not complete it. He then gave courses to teachers, art and graphic industry workers , and for some time he organized it at home, and at the same time his house became a kind of social salon, where he met many celebrities from Silesian culture, such as Gustav Morcinek, Alfred Jesionowski, Adam Bunsch, Stanislaw Szenic, Czeslaw Kuryatto, Stanislaw Ligon and Vladimir Zelechowski. The 1930s were the most successful of the artistic Steller, including the publication of wood engravings “Górny Sląsk”, and “Typy polskie” and “Sląsk Cieszyhski” (both initiated by Gustav Morcinka). Portfolio “Typy polskie” hung in April 1939 in the reception halls of the building of the Silesian Parliament in Katowice, this exhibition was opened by the then governor of Silesia Dr. Michael Grazynskiego, and during the outbreak of the Second World War Steller found himself outside in the summer near Podlesiu kolo Olkusza He sent his son to Vienna, while he and his wife went into hiding for much of the war in various places in the Beskidów region, where he undertook various ad hoc activities, collaborated with the resistance and secret organizations that refugees. from the Auschwitz concentration camp.


Hij maakte een groot aantal houtsneden, litho’s, tekeningen, aquarelen, boekillustraties, linoleumsneden, en glas in lood ramen. Hij publiceerde portfolio’s van houtsneden (“Teka Opole” en drie portfolio’s krijttekeningen (‘Teka Cieszyn “,” Teka Tarnowskie Mountains “,” Teka Bytomska “). Hij heeft talrijke tentoonstellingen georganiseerd in binnen-en buitenland en kreeg lovende kritieken. Franse Pers begroette hem met “de Silezische Durer.”Op 20 maart 1929 richtte Pawel Steller, samen met Stanislaw Ligonia de Silezië kunstenaars vereniging op waar hij de taak van secretaris op zich nam. In 1931 was hij ook een lid van de nieuw gevormde Vereniging van Artistiek en Literair’ in Silezië. In 1934, in opdracht van het ministerie van Religie en Openbaar Onderwijs werkte P. Steller samen met Adam Bunsch op de kunstacademie in Katowice, hij voltooide dit niet. Hij gaf daarna cursussen aan docenten, kunst- en grafische industrie arbeiders, en voor enige tijd organiseerde hij die ook thuis. Tegelijkertijd werd zijn huis een soort sociaal salon, waar hij vele beroemdheden uit de Silezische cultuur ontmoete, zoals Gustav Morcinek, Alfred Jesionowski, Adam Bunsch, Stanislaw Szenic, Czeslaw Kuryatto, Stanislaw Ligon en Vladimir Zelechowski. De jaren ’30 waren de meest succesvolle van de artistieke Steller, waaronder de publicatie van houtgravures ” Górny Sląsk”, en ” Typy polskie ‘en’ Sląsk Cieszyhski ‘(beide ingeleid door Gustav Morcinka). Portfolio ” Typy polskie ” hingen in april 1939 in de receptie zalen van het gebouw van de Silezische Parlement in Katowice, deze tentoonstelling werd geopend door de toenmalige gouverneur van Silezië dr. Michael Grazynskiego. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bevond Steller zich in die zomer buiten in de buurt van Podlesiu kolo Olkusza. Hij stuurde zijn zoon naar Wenen, terwijl hij en zijn vrouw voor een groot deel van de oorlog ondergedoken zaten op verschillende plaatsen in de regio van Beskidów. Daar nam hij diverse ad hoc activiteiten, werkte ook samen met het verzet en geheime organisaties die vluchtelingen uit het concentratiekamp in Auschwitz hielp.

Immediately after the liberation of Katowice, Pawel Steller returned to the city, where he designed the official monument to Wyzwolicielki, an obelisk in memory of the Red Army. The monument was unveiled on 27 February 1945 on the freedom square. In March of that year, due to contact with an alleged spy for foreign intelligence services, the artist was deported to Siberia. To earn extra money, he made portraits of the prisoners there: during the entire stay at the camp near the Chinese border, he made nearly 2,000 small pencil portraits on packs of cigarettes, and in November 1946 he returned to Katowice after 20 months.

After the death of his wife Elizabeth, died on August 16, 1954, and after a period of collapse, Pawel Steller remarried Stephanie Partyka he met during the war in Międzybrodzie Zywieckie. He then worked intensively, in addition to his favorite woodcuts, he also made numerous watercolors. He bought a small wooden house on the Vistula River in 1960, where he spent most of his time. In 1974 the Silesian authorities organized a retrospective on the occasion of his upcoming 80th birthday. Shortly thereafter, at the end of August 1974, the artist broke his leg and hip at the Vistula River, and died shortly afterwards in Katowice.

Pawel Steller left over 10 500 works, including 243 woodcuts, more than 1000 watercolors, hundreds of drawings in pencil and pen, illustrations for books, calendars, etc. Thanks to the efforts of Stefania Steller, the artist’s former home is in Katowice , opened as the Steller Museum in 1976, since 1983 the museum has been part of the Museum for the History of Katowice. The museum was closed after the death of Stephanie Steller in 1992, and the collections – in accordance with the will of the artist – have been transferred to the Archdiocese Museum in Katowice and Katowice Historical Museum. On 9 September 2005, a memorial was unveiled in memory of Pawel Steller at the Square Art Gallery on the square in Katowice Grunwaldzki. That same year, a large exhibition of works by Pawel Steller, related to the artist’s 110th birthday, was also opened during the celebration of the 25th anniversary of the Museum of the History of Katowice.

Prices

1929 – woodcut I Award – Portrait of a president I. Moscicki in the competition of the Association of Polish Graphic Artists in Warsaw.

1932 – Price. Fisherman woodcut Wellischa for an exhibition in Warsaw.

– Bronze medal for the woodcut Slązaczka at the jubilee of the Salon of Graphic Arts in Warsaw.

– Award at the Second International Exhibition of Woodcuts in Warsaw.

– Gold medal for graphics at the international exhibition in Paris.


Onmiddellijk na de bevrijding van Katowice keerde Pawel Steller terug naar de stad, waar hij het officiële monument van Wyzwolicielki, een obelisk ter nagedachtenis aan de Rode Leger ontwierp. Het monument werd onthuld op 27 februari 1945 op het vrijheidsplein. In maart van dat jaar, als gevolg van contact met een vermeende spion voor buitenlandse inlichtingendiensten, werd de kunstenaar gedeporteerd naar Siberië. Om extra brood te verdienen maakte hij portretten van de gevangenen daar: gedurende het gehele verblijf in het kamp bij de Chinese grens heeft hij, op pakjes sigaretten, bijna 2.000 kleine potlood portretten gemaakt, in november 1946 na 20 maanden keerde hij terug naar Katowice.

Na de dood van zijn vrouw Elizabeth, overleden op 16 augustus 1954, en na een periode ineenstorting is Pawel Steller hertrouwd met Stephanie Partyka die hij had ontmoet tijdens de oorlog in Międzybrodzie Zywieckie. Hij werkte toen intensief, naast zijn favoriete houtsneden maakte hij ook tal van aquarellen. Hij kocht in 1960 een klein houten huis aan de rivier de Vistula, waar hij het grootste deel van zijn tijd doorbracht. In 1974 organiseerden de Silezische autoriteiten een overzichtstentoonstelling ter gelegenheid van zijn aanstaande 80e verjaardag. Kort daarna, eind augustus 1974, brak de kunstenaar zijn been en heup bij de rivier de Vistula, en overleed kort daarna in Katowice.

Pawel Steller liet meer dan 10 500 werken na, waaronder 243 houtsneden, meer dan 1000 aquarellen, honderden tekeningen in potlood en pen, illustraties voor boeken, kalenders, enz., Dankzij de inspanningen van Stefania Steller is het voormalige huis van de kunstenaar in Katowice, in 1976 als het Museum Steller geopend, sinds 1983 maakt het museum deel uit van het Museum voor de Geschiedenis van Katowice. Het museum werd gesloten na de dood van Stephanie Steller in 1992, en de collecties – in overeenstemming met het testament van de kunstenaar – zijn overgedragen aan het aartsbisdom Museum in Katowice en Katowice Historisch Museum. Op 9 september 2005 is bij de Square Art Gallery op het plein te Katowice Grunwaldzki een gedenkteken, onthuld ter nagedachtenis aan Pawel Steller. dat zelfde jaar werd ook een grote tentoonstelling van werken van Pawel Steller, gerelateerd aan de 110 geboortedag van de kunstenaar geopend, tijdens de viering van het 25-jarig bestaan van het Museum van de Geschiedenis van Katowice.

Prijzen

1929 – houtsnede I Award – Portret van een president I. Moscicki in de competitie van de Vereniging van Poolse grafische kunstenaars in Warschau.

1932 – Prijs. Fisherman houtsnede Wellischa voor een tentoonstelling in Warschau.

– Bronzen medaille voor de houtsnede Slązaczka bij het jubileum van de Salon van Graphic Arts in Warschau.

– Onderscheiding bij de Tweede Internationale Tentoonstelling van houtsneden in Warschau.

– Gouden medaille voor grafiek op de internationale tentoonstelling in Parijs.